Welke gezondheidsrisico’s loopt een lasser? “Oogletsel,” zullen de meeste mensen zeggen. Oogletsel is inderdaad het meest voorkomende letsel bij lassers, maar zeker niet het enige: werknemers in de metaalindustrie lopen ook het risico op inademing van lasrook, gassen en dampen. Helaas openbaren de gezondheidsgevolgen hiervan zich vaak pas na weken, maanden of zelfs jaren. Met de juiste preventiemaatregelen kan veel leed worden voorkomen en kunnen werknemers veilig lassen.

Veilig lassen is meer dan alleen oog- en gelaatsbescherming

Een beetje grieperig? Het is geen toeval dat juist medewerkers in de metaalindustrie vaak last lijken te hebben van griep. Aan verschijnselen zoals een loopneus, een zere keel, misselijkheid, hoofdpijn, koorts en rillingen kán uiteraard een virus ten grondslag liggen, maar let op: deze symptomen kunnen ook veroorzaakt worden door blootstelling aan metaaldampen. Lasrookgassen, -dampen en stofdeeltjes Bij lassen en de daaraan verwante processen, zoals slijpen, gutsen, schuren en thermisch snijden, komt lasrook vrij. Lasrook bestaat uit gassen, dampen en deeltjes. Werknemers die aan lasrook worden blootgesteld, lopen het risico deze gassen, dampen en deeltjes in te ademen, met alle mogelijke gevolgen en risico’s van dien. Deze risico’s zijn tweeledig: aan de ene kant loopt de werknemer het gevaar op acute gezondheidsklachten, zoals irritatie van de ogen, de luchtwegen en/of de huid, metaalrookkoorts, duizeligheid, astmatische bronchitis en de eerder genoemde ‘griep’ verschijnselen. De mogelijke gevolgen op lange termijn zijn minder snel zichtbaar, maar kunnen in het ergste geval desastreus uitpakken voor de gezondheid van de lasser. Ophopende ijzerdeeltjes in de longen kunnen sluipend chronisch letsel veroorzaken en zelfs een verhoogde kans op longkanker. Dit mag nietworden onderschat: lassers lopen vanuit hun werkzaamheden maar liefst 40% meer risico op longkanker dan andere beroepsgroepen! (Bron: US Department of Health & Human Services (NIOSH).)

Wie loopt risico?

Medewerkers die werkzaam zijn in de kleinmetaal, de grootmetaal of de metaalelektro lopen de grootste kans op blootstelling aan lasrook, maar zij zijn zeker niet de enige. Op dit moment staat de teller op zo’n honderd beroepen waarin men met regelmaat aan lasrook kan worden blootgesteld: vooral werknemers in de autoschadeherstelbranche, de bouw en technische functies in de landbouw en industrie verrichten regelmatig laswerkzaamheden. Uit dit onderzoek blijkt dat maar liefst 400.000 mensen in Nederland dagelijks worden blootgesteld aan lasrook, ook al is een groot gedeelte van hen geen lasser van beroep.

Risico-Inventarisatie en -Evaluatie

Goede arbeidsomstandigheden zijn belangrijk voor iedereen: werknemers, werkgevers én overheid. Daarom is de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) in het leven geroepen. Iedere werkgever is verplicht een arbobeleid te voeren, waarbij de basis van dit beleid wordt gevormd door een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) binnen het bedrijf. Het is lastig, zo niet onmogelijk, om de juiste veiligheidsmaatregelen te treffen als je niet weet met welke risico’s en gevaren je te maken hebt. Daarom begint het uitvoeren van een RI&E met het beantwoorden van
de volgende drie vragen:

  • Welke gevaren en risico’s zijn er op de werkvloer?
  • In welke mate wordt de werknemer aan het risico blootgesteld?
  • Hoe lang duurt de blootstelling aan het risico?

Bij de evaluatie van alle risico’s binnen het bedrijf komen veiligheidsrichtlijnen en wettelijke grenswaarden om de hoek kijken. Voor lasrook geldt, dat deze wordt beschouwd als een mengsel van ongedefinieerde samenstelling. Hiervoor geldt een wettelijke grenswaarde van 1 mg/m3 (Bron: WNG).

Buisje per jaar

Worden werknemers aan een lagere concentratie lasrook blootgesteld dan de wettelijke grenswaarde, dan is op het eerste gezicht alles in orde. Maar laten we deze grenswaarde eens iets beter bekijken:
Een gemiddelde volwassene ademt in rust ongeveer 16 keer per minuut. Bij iedere ademhaling wordt een bepaalde hoeveelheid lucht in- en uitgeademd, die varieert van een halve liter (in rust) tot vier liter (bij maximale inspanning) per keer. Een lasser onder normale werkomstandigheden ademt ongeveer 20 liter lucht per minuut in. Dit komt neer op 2300 m3 ingeademde lucht per werkjaar. Wordt de wettelijke grenswaarde van 1 mg/m3 in acht genomen, dan betekent dit dat een onbeschermde lasser maar liefst 2,5 gram aan zwevende lasrookdeeltjes inademt- een heel buisje vol. Niet eenmalig, maar jaar in, jaar uit!

Selectie van preventiemaatregelen

Door het nemen van beheersmaatregelen kan de blootstelling aan lasrook worden verminderd. Hierbij is voorkomen uiteraard altijd beter dan genezen: zorgen dat er geen lasrook vrijkomt verdient de voorkeur boven maatregelen om lasrook uit de werkatmosfeer af te voeren! Helaas is het vrijkomen van lasrook vaak niet of slechts ten dele te vermijden. De werkgever zal dan zijn toevlucht moeten nemen tot maatregelen om de lasrook van de werkplek en uit de werkruimte te verwijderen, zoals afzuiging en ventilatie. Hiermee bent u er echter nog niet: hoewel ‘on-torch’ afzuiging en ruimteventilatie de lasrookconcentratie vermindert, is de lassende werknemer zélf hierdoor niet optimaal beschermd. Dit komt doordat de lasser met z’n neus bovenop de lasboog en de bijbehorende rookpluimen zit. De inzet van persoonlijke adembescherming zorgt ervoor dat ook de lasser zelf veilig en optimaal beschermd aan het werk kan zijn.

Theorie versus praktijk

Dat een persoonlijk beschermingsmiddel (pbm) bescherming kán bieden, wil nog niet zeggen dat deze bescherming daadwerkelijk wordt gerealiseerd Vaak zit er een groot verschil tussen de technisch haalbare vermindering van de blootstelling aan lasrook (de theorie) en de daadwerkelijk behaalde verlaging (de praktijk). Pbm’s efficiënt inzetten, kan alleen als iedereen weet waarom, wanneer en hoe de middelen moeten worden gebruikt.

Training, motivatie en onderhoud

Door middel van training leren werknemers hoe en wanneer ze bepaalde beschermingsmiddelen moeten gebruiken. Maar goede voorlichting over het gebruik van pbm’s alleen is niet genoeg! Om het veiligheidsgedrag van medewerkers te stimuleren, moeten zij ook bewust worden gemaakt van de mogelijke gezondheidsgevaren van lasrook: pas als zij weten waartegen zij beschermd móeten worden, zullen zij beschermd wíllen worden. Uiteraard moet er, naast aandacht voor training en motivatie, ook gedacht worden aan de technische kant van het verhaal: zorg en onderhoud is een absolute must! Het periodiek (laten) controleren van uw apparatuur en het tijdig vervangen van noodzakelijke onderdelen zorgt ervoor dat de bescherming van uw lassende werknemers geen papieren bescherming wordt.

Meer weten?

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met uw Customer Service medewerker.