Heftrucks zijn in principe niet gevaarlijk*: het is meestal stoer of onverantwoordelijk gedrag dat tot onveilige situaties leidt. Helaas blijft het daar vaak niet bij en mondt een onveilige situatie uit in een daadwerkelijk ongeval, met soms ernstige letsels tot gevolg.

Veiliger werken met heftrucks

Ieder jaar ontvangt het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW, de voormalige Arbeidsinspectie) gemiddeld 126 meldingen van ernstige ongevallen met heftrucks. In een groot gedeelte van de gevallen (43%) is er sprake van aanrijding van een voetganger. Bij meer dan de helft van de aanrijdingen is de oorzaak voor de hand liggend: de heftruckchauffeur heeft de voetganger gewoon niet gezien. Andere vaak voorkomende ongevallen zijn ongevallen met een slachtoffer op of in een rijdende heftruck, beknelling tussen of tegen een object en de heftruck, vallen van de lepels van de heftruck of geraakt worden door vallende lading. Op basis van deze gegevens heeft de Inspectie SZW een tiental maatregelen opgesteld waarmee ongevallen met heftrucks voorkomen kunnen worden.

De top-10 van de Inspectie SZW ziet er als volgt uit:
1. Vergroot de zicht- en hoorbaarheid van de voetganger (bijvoorbeeld fluorescerende hesjes);
2. Verkeersplan: infrastructuur en/of lay-out aanpassen (bijvoorbeeld scheiding van lopend en rijdend verkeer);
3. Weer voetgangers uit zones met heftrucks;
4. Pas de rijsnelheid van heftrucks aan;
5. Vergroot de zicht- en hoorbaarheid van heftrucks;
6. Werk met veilige methodes (bijvoorbeeld niet op de vorken staan);
7. Voorkom dat heftrucks onbedoeld gaan rijden;
8. Gebruik veiligheidsgordels;
9. Voorkom afvallende lading;
10. Zorg voor goede training van heftruckchauffeurs.

Stuk voor stuk prima tips, waarmee het aantal (dodelijke) ongevallen met heftrucks zeker kan afnemen. Maar de tips zijn allemaal gericht op situationele aspecten, oftewel op wat de onderneming in huis heeft. Volgens het model van Gadd S. & Collins A.M. (2002) wordt veiligheidsgedrag beïnvloed door drie componenten:

  • situationele aspecten (wat de organisatie heeft);
  • gedragsaspecten (hoe de medewerker zich gedraagt);
  • psychologische aspecten (hoe de medewerker zich voelt).

Juist gedrags- en psychologische aspecten spelen een belangrijke rol bij het voorkomen van ongevallen met heftrucks.

Gedragsaspecten beïnvloeden
Hoe medewerkers zich gedragen, hangt voor een groot gedeelte af van de (veiligheidsheids)cultuur en het klimaat van de organisatie. De veiligheidscultuur kenmerkt zich door gemeenschappelijke onderliggende overtuigingen, waarden en houdingen ten opzichte van het werk en de organisatie in het algemeen. Hoewel binnen de organisatie ook subculturen kunnen bestaan, bijvoorbeeld op afdelings- of teamniveau. Zo is het bij het ene team vanzelfsprekend om elkaar te attenderen op (on)gewenst gedrag, terwijl dit bij een andere groep wordt gezien als bemoeizuchtig of zelfs aanvallend. Niet alleen de (sub)cultuur binnen het bedrijf, maar ook de eigen normen en waarden van de medewerkers zijn bepalend voor getoond gedrag. Om gedrag duurzaam te veranderen, is een combinatie van extrinsieke  n intrinsieke motivatoren nodig. Een extrinsieke motivator is bijvoorbeeld het in het vooruitzicht stellen van een financiële vergoeding bij getoond gewenst gedrag. Intrinsieke motivatoren daarentegen komen vanuit de mens zelf, zonder tussenkomst van andere personen of factoren.

Gedragveranderingsmodel
In het gedragsveranderingsmodel van M.F.K. Balm (2002 Excuse therapy and behavioural change) staat het individu centraal. Het mooie van dit model is, dat het toepasbaar is op alle soorten gedragsverandering. Het model bestaat uit 6 stappen: Openstaan, Begrijpen, Willen, Kunnen,
Doen en Volhouden/Bekrachtigen. “Openstaan” is dus een voorwaarde voor inzicht, bereidheid en vaardigheid: het heeft geen zin om iemand te veranderen, als diegene hier niet voor openstaat. Om het aantal ongevallen met heftrucks te verminderen, moeten medewerkers bereid zijn om te wíllen veranderen. Dit doet u niet door de voordelen voor de organisatie te benadrukken: medewerkers willen weten welke voordelen het gewenst gedrag hén brengt.

Van motivatie tot gedrag
Hoe krijgt u een medewerker zo ver, dat hij of zij openstaat voor gedragsverandering? Het antwoord zit ‘m in de eerder genoemde intrinsieke of extrinsieke motivatie. Zoals gezegd bestaat de trigger van extrinsieke motivatie uit een aanleiding van buiten, zoals een financiële beloning of
de dreiging van een boete. Bij een extrinsieke motivatie bestaat de kans dat iemand op zoek gaat naar de grenzen van wat kan en mag: ongewenst gedrag wat vervolgens wordt beloond. Intrinsieke motivatie kent dit risico niet, omdat de motivatie voor gedragsverandering in dat geval van binnen, dus vanuit de persoon zélf, komt. Iemand wil bijvoorbeeld veranderen nadat hij of zij ooggetuige is geweest van een ongeval. Een andere reden om gewenst gedrag te vertonen kan zijn dat iemand geïnspireerd raakt door de visie van de directie en zich hierdoor intrinsiek geïnspireerd voelt tot nieuw gedrag.
Of de persoon in kwestie daadwerkelijk ander gedrag gaat vertonen, wordt bepaald in de volgende fases van het gedragsveranderingsmodel: Begrijpen, Willen en Kunnen. Dit zijn de drie fases waarbij de organisatie in dialoog kan gaan met de medewerkers over het gewenste gedrag. De vragen “Begrijp ik wat het nieuwe gedrag inhoudt en waartoe het nieuwe gedrag leidt?” en “Heb ik de vaardigheden en middelen om aan dit nieuwe gedrag invulling te geven?” staan hierbij centraal. Een zorgvuldige voorbereiding bij het bepalen welke interventies u inzet, met welk doel en in welke fase, is dan ook van groot belang. 

Psychologische aspecten beïnvloeden 
Alertheid, waakzaamheid en oplettendheid bij medewerkers kunnen incidenten en ongevallen voorkomen. Het is dus belangrijk om ervoor te zorgen dat medewerkers deze alertheid hebben, ontwikkelen en op peil houden. Verminderde alertheid en vermoeidheid uit zich in vermindering van manuele vaardigheid, herkenning van en reageren op onverwachte (risicovolle) gebeurtenissen. Er zijn verschillende factoren die de alertheid beïnvloeden: nachtwerk, mentale fitheid en zelfs de kwaliteit van de slaap. De in 10 tot 15% van alle ernstige ongevallen. Bij arbeiders in ploegendienst blijkt meer dan 50% weleens in te dutten op het werk, zo geven zij toe in onderzoek**. Het aantal verwondingen tijdens de nachtdienst ligt tot 20% hoger dan bij de ochtendploeg. Wanneer enkel de ernstige verwondingen in ogenschouw worden genomen, stijgt dit percentage tot maar liefst 80% in vergelijking tot de ochtendploeg.
Ook werkdruk kan invloed hebben op alertheid. Medewerkers kunnen onder uitdagende werkdruk beter presteren. (Le Pine etal 2004) Door tijdelijke lichte druk neemt de alertheid dus toe. Voor aanhoudende (structurele) werkdruk in combinatie met weinig controle mogelijkheden lijdt tot verminderde slaapkwaliteit en toenemende vermoeidheid (De Lange etal 2009). Het ervaren van hoge werkdruk kan gerelateerd worden aan verhoogde betrokkenheid bij onveilige handelingen. Dit vraagt ook om aandacht voor gezonde ploegendienstroosters, het vermijden van structurele werkdruk (bijvoorbeeld door te ambitieuze targets voor het laden en lossen met heftrucks) en oplettendheid van leidinggevenden op signalen van oververmoeidheid.

De 10 tips van Inspectie SZW
De 10 tips van Inspectie SZW zijn prima maatregelen om het aantal ongevallen met heftrucks te verminderen. Echter, door deze tips aan te vullen met maatregelen die gericht zijn op de gedragsaspecten en de psychologische aspecten, zou het duurzame karakter van gedragsverandering bij het veilig omgaan met heftrucks verder versterkt worden. De Safety & Health deskundigen van Intersafe hebben verschillende programma’s die bijdragen aan duurzame veiligheidsgedragsverandering.

Interesse?
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Cyril Litjens gecertificeerd Hoger Veiligheidskundige / Arbeids en Organisatiedeskundige via E C.Litjens@intersafe.eu of M +31 (0)6 511 85 548.

* Mits deze voldoen aan de wettelijke eisen zoals constructie en jaarlijkse keuring.
** Maeyer, de J., 2006, Een ploegendienst met nachten wat kan je verwachten?