Een belangrijk onderdeel van de PBM verordening 261/425 is bijlage II. Deze bijlage gaat over de vastgelegde essentiële veiligheids- en gezondheidseisen (V&G eisen) waar alle persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm) aan moeten voldoen. Dit worden ook wel de essentiële V&G eisen genoemd die tevens bindend zijn.

De essentiële veiligheids- en gezondheidseisen voor PBM

Stand van techniek

Bij de interpretatie en toepassing moet rekening worden gehouden met onder meer de stand van de techniek en de praktijk op het moment van ontwerp en vervaardiging. Met de stand van de techniek wordt bedoeld; de meest recente actuele EU–norm. Maar er moet ook rekeningen gehouden worden met de techniek en economische factoren die bijdragen aan een hoog niveau van gezondheids- en veiligheidsbescherming.

Ontwerp

Daarbij moet het persoonlijke beschermingsmiddel passende bescherming bieden tegen de risico’s waarvoor deze bestemd is. Het ontwerp van een persoonlijk beschermingsmiddel moet zo opgesteld worden dat het een optimaal mogelijk beschermingsniveau biedt, zonder dat de drager daar hinder van ondervindt.

Doelmatige pbm

In de praktijk moet er dus worden uitgegaan van de meest doelmatige pbm die op basis van de (verdiepende) Risico-Inventarisatie en– Evaluatie (RI&E) zijn vastgesteld.
Verder moeten pbm zodanig zijn ontworpen en gemaakt dat zij onder de te verwachten gebruiksomstandigheden geen risico's of andere factoren opleveren, die hinder kunnen veroorzaken. De materialen waaruit de pbm bestaan, mogen geen schadelijke gevolgen kunnen veroorzaken voor de gezondheid of de veiligheid van de gebruikers, zo staat in de PBM verordening.

'Notified Bodies'

Of een persoonlijke beschermingsmiddel voldoet aan deze belangrijke V&G eisen, wordt vastgesteld via de conformiteitsbeoordeling door de aangemelde keuringsinstellingen (ook wel ’Notified Bodies’ genoemd). Indien de ‘Notified Body’ de middelen positief toetst op de actuele norm op basis van de essentiële eisen uit bijlage II van de PBM verordening, krijgt de fabrikant van de pbm ‘het vermoeden van overeenstemming’.
Als een persoonlijk beschermingsmiddel alleen voldoet aan een verouderde en ingetrokken norm, vervalt het ‘vermoeden van overeenkomst’ met de essentiële V&G eisen en voldoet deze niet meer automatisch aan de PBM verordening.

Voor een volledig overzicht van essentiële V&G eisen voor PBM, zie bijlage II van de verordening 2016/425.

Meer informatie?

Contactpersoon: Jos Putman, Hoger Veiligheidskundige M +31 (0)6 539 39 119 of E j.putman@intersafe.eu of gebruik ons contactformulier.