Oogbescherming

Wereldwijd lopen elke dag zo’n 600 mensen tijdens hun werk oogletsel op. Dat gebeurt onder zeer verschillende omstandigheden, ook daar waar het op het eerste gezicht niet wordt verwacht.

De gevaren kunnen onder meer zijn:
• Mechanische gevaren (vaste deeltjes, stof, splinters, etc.)
• Optische gevaren (ultraviolet en infrarood)
• Chemische gevaren (vloeistoffen en gassen)
• Thermische gevaren (hittestraling en contacthitte)
• Ergonomische gevaren (verkeerde houding, onjuiste sterkte)

Het oog is kwetsbaar, een klein stofdeeltje in het oog kan al tot veel irritatie en ongemak leiden.

Het menselijk oog is opgebouwd uit:
• Hoornvlies
Het hoornvlies is het doorzichtige deel aan de buitenkant van het oog. Dit staat in direct contact met de buitenwereld en is zeer gevoelig. Via het hoornvlies komt licht het oog binnen.
• Pupil
Dit is de zwarte stip in het midden van het oog. Het gekleurde deel rond de pupil is de iris, oftewel het regenboogvlies. De pupil wordt kleiner als er meer licht in het oog komt, en groter als er minder licht is.
• Lens
Achter de iris bevindt zich de lens. De lens is biconvex (is aan kanten bol) en kan vervormen. Door een prikkeling van de accommodatiespiertjes rond de lens wordt de lens boller waardoor het oog scherpstelt op objecten die dichtbij zijn. Ontspannen de spiertjes dan wordt de lens weer plat. Hierdoor zijn objecten ver weg toch scherp te zien. Naarmate iemand ouder wordt (meestal tussen de 40 en 50) wordt de lens minder elastisch en gaat dit accommodatievermogen langzaam maar zeker achteruit. Dat is het moment waarop een leesbril en/of een beeldschermbril nodig is.
Op hoge leeftijd treedt bij veel mensen vertroebeling van de lens op. Dit wordt ook wel grijze staar genoemd. Ook kan de lens zijn doorzichtigheid verliezen (cataract). Dit kan komen door de blootstelling aan IR (infrarood licht) en UV (ultraviolet licht). Het gevolg hiervan is gezichtsscherpteverlies.
• Netvlies
Het netvlies zit aan de achterkant van het oog. Hier komen de door de lens gebundelde lichtstralen bij elkaar. De informatie gaat door de optische zenuw naar de hersenen, zo worden we ons van het beeld bewust. Verbrande netvliescellen leiden tot onherstelbaar gezichtsscherpteverlies.

Europese Normen Oogbescherming
NEN-EN - 165 Termen en definities
NEN-EN - 166 Algemene specificaties, zoals design, classificatie, minimale eisen, specifieke optionele eisen, markeren, gebruiksaanwijzing
NEN-EN - 167 Omschrijving van alle optische beproevingsmethoden
NEN-EN - 168 Omschrijving van alle niet-optische beproevingsmethoden
NEN-EN - 169 Filters voor lassen en aanverwante technieken: doorlatingsfactoren en aanbevolen gebruik
NEN-EN - 170 Ultravioletfilters: doorlatingsfactoren en aanbevolen gebruik
NEN-EN - 171 Infrarood filters: doorlatingsfactoren en aanbevolen gebruik
NEN-EN - 172 Zonlichtfilters voor industrieel gebruik
NEN-EN - 175 Middelen voor oog- en gezichtsbescherming tijdens lassen en aanverwante processen
NEN-EN - 207 Filters voor oogbescherming tegen laserstraling
NEN-EN - 1731 Oog- en gezichtsbescherming van geweven draad
NPR-CR - 13464 Leidraad voor de keuze, gebruik en onderhoud van beroepsmatige oog- en gezichtsbeschermers

Andere pagina's onder Samenvatting normeringen