Las- en Gelaatbescherming

Lassen is risicovol werk. De lasser zit met het gezicht dicht op het werk. Bij dat werk komen fel licht, straling, hitte en rook vrij.

Gelaatsbescherming is met name gericht op bescherming van ogen en gelaat tijdens verschillende soorten werkzaamheden. Een goed voorbeeld is het werken met elektriciteit omdat het risico op een vlamboog bestaat die bij kortsluiting kan ontstaan. Juist daarom is een goede bescherming, zoals een helm, belangrijk.

Elektromonteurs doen verschillend werk, maar ze lopen net als lassers risico: letsel aan
het gelaat en dan vooral de ogen. Goede bescherming is onmisbaar om het werk te kunnen doen.

Normering
Bij het lassen worden drie normen onderscheiden:
• EN 175
De norm voor oog- en gezichtsbescherming tijdens het lassen en aanverwante processen; deze norm geldt voor onder andere lashelmen en lasschilden
• EN 169
De norm voor lasfilters en aanverwante technieken; deze norm geldt voor onder andere lasruiten
• EN 379
De norm voor automatische lasruiten (ADF is Auto Darkening Filter)

Andere pagina's onder Samenvatting normeringen