Wettelijke regels en normen

Een persoonlijk beschermingsmiddel is iedere uitrusting die ervoor bestemd is door de werknemer gedragen of gehanteerd te worden ter bescherming tegen één of meerdere gevaren voor zijn of haar veiligheid of gezondheid.

Als beschermingsmiddel wordt ook beschouwd
• Een geheel dat is samengesteld uit verschillende uitrustingsstukken of middelen die door de fabrikant onderling zijn verbonden om een persoon te beschermen tegen één of meer, mogelijk gelijktijdig optredende gevaren;
• Een uitrustingsstuk of beschermingsmiddel dat al of niet onlosmakelijk verbonden is met een niet-beschermende persoonlijke uitrusting die door een persoon wordt gedragen of vastgehouden voor het uitvoeren van een bepaalde activiteit;
• Verwisselbare onderdelen van een beschermingsmiddel die voor de goede werking ervan onontbeerlijk zijn en uitsluitend voor dat beschermingsmiddel worden gebruikt;
• Integrale bestanddelen van beschermingsmiddelen, dat wil zeggen ieder samen met het beschermingsmiddel in de handel gebracht verbindingssysteem dat het beschermingsmiddel aan een andere, externe voorziening verbindt, zelfs wanneer het verbindingssysteem voor de tijdsduur dat de gebruiker aan het gevaar of de gevaren bloot wordt gesteld, niet onafgebroken behoeft te worden gedragen of meegevoerd.

Europees kader
Voor persoonlijke beschermingsmiddelen zijn binnen de EEG twee soorten richtlijnen uitgevaardigd. Op 21 december 1989 werd de Europese Richtlijn 89/686/EEG uitgevaardigd op basis van art. 100A van het Europees Verdrag van Rome. In deze richtlijn, ook wel de fabrikantenrichtlijn genoemd, moeten persoonlijke beschermingsmiddelen aan fundamentele gezondheids- en veiligheidseisen voldoen. Ook moeten ze voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen en sinds 1 juli 1995 voorzien zijn van de CE-markering. Met deze markering geeft de fabrikant of importeur aan dat het persoonlijke beschermingsmiddel voldoet aan alle technische, procedurele en administratieve eisen voortkomend uit deze richtlijn. De andere Richtlijn, 89/656/EEG, betreft de minimumvoorschriften ten aanzien van veiligheid en gezondheid voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen door werknemers. Deze komt voort uit de kaderrichtlijn veiligheid en gezondheid op het werk (89/391/EEG) die is uitgevaardigd op basis van art. 118A van het verdrag van Rome, ook wel sociale richtlijn genoemd. De Richtlijn 89/686/EEG wordt op dit moment herzien en zal naar verwachting na 2010 gepubliceerd gaan worden.

Productgroepen
De gids voor de indeling in categorieën van persoonlijke beschermingsmiddelen van de Commissie van de Europese Gemeenschap onderscheidt de volgende productgroepen:
1. Gehoorbescherming;
2. Oogbescherming;
3. Valbeveiliging;
4. Hoofdbescherming;
5. Gezichtsbescherming;
6. Beschermende kleding;
7. Ademhalingsbescherming;
8. Voet- en beenbescherming en middelen om uitglijden te voorkomen;
9. Hand- en armbeschermingsmiddelen;
10. Beschermingsmiddelen tegen verdrinkingsgevaar en/of hulpmiddelen bij het drijven;
11. Middelen ter bescherming tegen risico's van elektriciteit.

De Europese regelgeving voor persoonlijke beschermingsmiddelen is niet van toepassing op:
• Gewone en/of uniforme kleding die niet specifiek bedoeld is om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te beschermen;
• Medische hulpmiddelen zoals correctiebrillen (niet zijnde veiligheidsbrillen) en beeldschermbrillen.
Verder zijn er een aantal persoonlijke beschermingsmiddelen die op dit moment nog buiten het toepassingsgebied van de Richtlijn 89/686/EEG vallen.
Dit zijn:
• Persoonlijke beschermingsmiddelen die speciaal zijn vervaardigd voor het leger of ordediensten (kogel- en steekwerende vesten, helmen, schilden, etc.);
• Persoonlijke beschermingsmiddelen voor zelfverdediging tegen aanvallers (spuitbussen, persoonlijke afschrikwapens, etc.).

Nederlandse regelgeving
Richtlijn 89/686/EEG is in het Nederlands recht omgezet via het Warenwetbesluit Persoonlijke Beschermingsmiddelen. Het Warenwetbesluit verwijst hierbij naar de fundamentele eisen die zijn vastgesteld vanuit deze Europese Richtlijn. Persoonlijke beschermingsmiddelen moeten, vanaf het moment dat zij in de handel worden gebracht, voldoen aan het genoemde Warenwetbesluit. De controle hierop berust bij de VWA (Voedsel en Waren Autoriteit). De Richtlijn 89/656/EEG, betreffende de minimumvoorschriften ten aanzien van veiligheid en gezondheid voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen door werknemers, is geïmplementeerd in de Arbowet via het Arbobesluit hoofdstuk 8, afdeling 1, Persoonlijke beschermingsmiddelen. De twee EEG Richtlijnen en de implementatie daarvan via onze nationale regelgeving vullen elkaar aan en moeten het veilig en gezond gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen in de werksituatie bevorderen.

Belgische regelgeving
De Richtlijn 89/686/EEG is in Belgisch recht omgezet door het KB van 31 december 1992 (BS van 4 februari 1993) en vervolgens gewijzigd bij KB van 5 mei 1995 (BS van 31 mei 1995). De beide besluiten zijn opgenomen op basis van de wet van 11 juli 1961 betreffende de waarborgen die de machines, de onderdelen van machines, het materieel, de werktuigen, de toestellen, de recipiënten en de beschermingsmiddelen inzake veiligheid en gezondheid moeten bieden. De richtlijn 89/656/EEG betreffende het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen is in het Belgisch recht omgezet door het KB van 7 augustus 1995 en voor het laatst gewijzigd in het KB van 13 juni 2005. De tekst van het KB van 13 juni 2005 is opgenomen in Titel VII, hoofdstuk 2 van de Codex.

Categorie-indeling
Persoonlijke beschermingsmiddelen mogen dus pas worden gebruikt indien deze aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen die zijn afgesproken binnen de Europese Gemeenschap. Producten die hieraan voldoen, zijn dus herkenbaar aan het CE-teken. Dit CE-teken (CE = Conformité Européenne) is echter geen kwaliteitsindicatie of keurmerk maar het geeft aan dat het persoonlijke beschermingsmiddel voldoet aan de minimale essentiële eisen op het gebied van veiligheid en gezondheid. Voor de meeste persoonlijke beschermingsmiddelen zijn deze essentiële eisen uitgewerkt tot geharmoniseerde EN-normen. Deze normen geven onder meer nadere informatie over de specifieke technische eisen, prestaties en het beschermingsniveau van het betreffende beschermingsmiddel. In verband met de certificering zijn de persoonlijke beschermingsmiddelen in drie categorieën ingedeeld. Deze indeling is onder meer afhankelijk van de grootte van het risico waartegen bescherming dient te worden gegeven:

Categorie 1
In categorie 1 zijn persoonlijke beschermingsmiddelen ingedeeld van eenvoudig ontwerp, die de gebruiker bescherming moeten bieden tegen:
• Mechanische factoren die slechts oppervlakkige letsels veroorzaken;
• Vrij onschadelijke schoonmaakmiddelen waarvan de gevolgen gemakkelijk ongedaan zijn te maken zoals reinigingsmiddelen in verdunde oplossing;
• De gevaren van het hanteren van warme voorwerpen waarbij men niet wordt blootgesteld aan een temperatuur van meer dan 50°C, of aan gevaarlijke stoten of schokken;
• Weersomstandigheden die niet uitzonderlijk of extreem van aard zijn;
• Kleine stoten, schokken, trillingen die geen vitale lichaamsdelen treffen en waarvan de gevolgen geen blijvend letsel kunnen veroorzaken;
• Zonnestralen.
Voorbeelden uit deze categorie zijn tuinhandschoenen, beschermingshandschoenen, hoofdbedekking, seizoenskleding en zonnebrillen. De fabrikant of importeur mag zonder tussenkomst van een aangewezen keuringsinstantie een EG-verklaring van
overeenstemming afgeven en de CE-markering aanbrengen.

Categorie 2
Categorie 2 zijn persoonlijke beschermingsmiddelen die niet tot categorie 1 of 3 behoren, zoals veiligheidsschoeisel, veiligheidshelmen, veiligheidsbrillen en dergelijke. Deze categorie producten is een EG type-onderzoek vereist door een daartoe aangewezen keuringsinstantie ook wel "notified body" genoemd. Hierbij verklaart de fabrikant door het aanbrengen van de CE- markering en de conformiteitsverklaring dat het product voldoet aan de binnen de EEG gestelde eisen.

Categorie 3
Categorie 3 zijn beschermingsmiddelen van complex ontwerp die bescherming moeten bieden tegen grote risico's. Naast de eisen genoemd in categorie 2 dient het productieproces geborgd te zijn door middel van een kwaliteitssysteem. Onder categorie 3 vallen de volgende persoonlijke beschermingsmiddelen:
• Adembeschermingsapparatuur met filters die beschermen tegen vaste en vloeibare aërosolen of tegen irriterende, gevaarlijke, giftige of radiotoxische gassen;
• Adembeschermingsapparatuur, met inbegrip van duikapparatuur, die de buitenlucht volledig afsluit;
• Beschermingsmiddelen die slechts een tijdelijke bescherming kunnen bieden tegen door chemicaliën veroorzaakt letsel of tegen ioniserende straling;
• Uitrusting voor werkzaamheden in hete omgeving met effecten die vergelijkbaar zijn met die van een luchttemperatuur van 100°C of hoger, met of zonder infrarode straling, vlammen of grote hoeveelheden wegvliegend gesmolten materiaal;
• Uitrusting voor werkzaamheden in koude omgeving met effecten die vergelijkbaar zijn met die van een luchttemperatuur van -50°C of lager;
• Beschermingsmiddelen die bescherming bieden tegen vallen van bepaalde hoogte;
• Beschermingsmiddelen tegen elektrische risico's bij werken bij gevaarlijke spanningen of die isoleren bij hoogspanning.

Categorie 0

Categorie 0 ten slotte zijn beschermingsmiddelen die niet onder de wettelijke regeling vallen, zoals beschermingsmiddelen voor strijdkrachten en ordediensten, voor zelfverdediging, aan boord van schepen en vliegtuigen en dergelijke.

Normen
De technische specificaties van een groot aantal persoonlijke beschermingsmiddelen zijn nader uitgewerkt in Europese (EN) en internationale (ISO) normen. De fabrikant die een product op de markt brengt dat geproduceerd is volgens deze geharmoniseerde normen heeft zoals men dat noemt ‘het vermoeden van overeenstemming, wat erop neerkomt dat in principe aangenomen mag worden dat het product in overeenstemming is met de Europese richtlijn. Normen hebben in deze geen wetskracht, maar leggen eenduidig specificaties vast van belanghebbenden zoals gebruikers, fabrikanten en leveranciers.

Gebruiksaanwijzing
Bij elk persoonlijk beschermingsmiddel moet een gebruiksaanwijzing aanwezig zijn. De gebruiksaanwijzing geeft nadere informatie over de toepassing, het gebruik, het onderhoud en de levensduur van het beschermingsmiddel en moet zijn opgesteld in de officiële taal van het land waarvoor het persoonlijk beschermingsmiddel bestemd is. Inhoud van de gebruiksaanwijzing (voorbeeld)
1. Identificatie
• Naam van het persoonlijke beschermingsmiddel;
• Naam en adres van de fabrikant of zijn gevolmachtigde in de EU;
• Referentie naar de richtlijn en productnormen;
• Naam, adres en identificatienummer van keuringsinstantie (categorie II en III);
• Klasse of type beschermingsmiddel;
• Verduidelijking van eventuele gebruikte symbolen en pictogrammen.
2. Voorschriften
• Risico's waartegen het persoonlijke beschermingsmiddel bescherming biedt;
• Gebruiksbeperkingen bij bijvoorbeeld wijzigende omstandigheden;
• Gebruiksduur;
• Toepassing van accessoires en reserve onderdelen.
3. Opslag
• Wijze van opslag;
• Verpakking voor opslag en transport;
• Opslagtermijn.
4. Onderhoud
• Onderhoudsvoorschriften voor reiniging, revisie en verwijdering.

Arbowet en persoonlijke beschermingsmiddelen
De algemene wettelijke vereisten met betrekking tot persoonlijke beschermingsmiddelen staan omschreven in de Arbowet (hoofdstuk 8, afdeling 1 van het Arbobesluit). Volgens het Arbobesluit moeten persoonlijke beschermingsmiddelen onder meer voldoen aan een aantal algemene vereisten met betrekking tot ontwerp en constructie zoals hiervoor genoemd. Ook moeten ze in alle gevallen geschikt zijn voor de te vermijden gevaren zonder zelf een groot gevaar in te houden en moeten de middelen beantwoorden aan de bestaande omstandigheden op de arbeidsplaats. Daarnaast moeten de middelen afgestemd zijn op de ergonomische eisen en vereisten rond de gezondheid van de werknemer en dienen ze geschikt te zijn voor de drager. De ernst van het gevaar, de frequentie van de blootstelling aan het gevaar en de kenmerken van de arbeidsplaats van iedere werknemer afzonderlijk bepalen de te kiezen beschermingsmiddelen en de wijze waarop men ze moet gebruiken. Een beschermingsmiddel is in eerste instantie bestemd voor individueel gebruik. Indien meerdere personen gebruik maken van één en hetzelfde beschermingsmiddel dan moeten doeltreffende maatregelen zijn genomen zodat dit geen gezondheids- of hygiënische problemen oplevert voor één van de gebruikers. Daarnaast zijn adequate gegevens van ieder persoonlijk beschermingsmiddel nodig voor de juiste keuze, toepassing en gebruik. Een belangrijk onderdeel in relatie tot de wetgeving hierbij is dat men de persoonlijke beschermingsmiddelen dient te kiezen aan de hand van de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie.

De beoordeling omvat in eerste instantie:
• Een inventarisatie en evaluatie van de gevaren die niet met andere middelen vermeden kunnen worden. Deze gevaren worden ook wel restrisico's genoemd.
• Een omschrijving van de kenmerken van die persoonlijke beschermingsmiddelen moeten bezitten om deze restrisico's te kunnen ondervangen, rekening houdend met de eventuele gevaren die de persoonlijke beschermingsmiddelen zelf kunnen vormen.
• Een inventarisatie en evaluatie van de kenmerken van de persoonlijke beschermingsmiddelen die reeds beschikbaar zijn in vergelijking met de noodzakelijke kenmerken zoals hiervoor genoemd. Daarnaast wordt in hoofdstuk 8 van het Arbobesluit aangegeven dat persoonlijke beschermingsmiddelen in voldoende aantallen beschikbaar moeten worden gesteld en dat de werkgever er zorg voor draagt dat de werknemer deze middelen ook daadwerkelijk gebruikt. Een belangrijk onderdeel daarbij is voorlichting en onderricht. Tevens moeten persoonlijke beschermingsmiddelen worden onderhouden, gerepareerd en zo nodig worden vervangen.

Stappenplan persoonlijke beschermingsmiddelen
Stap 1. De Risico-Inventarisatie en -Evaluatie
Als eerste stap moet er binnen de organisatie inzicht zijn in alle mogelijke gevaren binnen het bedrijf en op de werkplek. De werkgever dient hierbij alle risico's in relatie tot het werk en de werkomstandigheden te inventariseren en te evalueren. Daarbij dient er vooral aandacht te zijn voor eventuele niet-vermijdbare gevaren op de werkplek die alleen maar door persoonlijke beschermingsmiddelen beheerst kunnen worden. Daarnaast moeten voor de toepassing en inzetbaarheid van persoonlijke beschermingsmiddelen onder meer de volgende factoren beoordeeld worden:
• Voldoen de in gebruik zijnde persoonlijke beschermingsmiddelen aan CE-normen en richtlijnen (conformiteitsverklaring en CE-merk)?
• Is er voldoende inzicht in de niet-vermijdbare gevaren op de werkplek en de wijze waarop persoonlijke beschermingsmiddelen hier bescherming tegen kunnen geven?
• Is er voldoende bekend over de kenmerken van de in gebruik zijnde beschermingsmiddelen en de wijze waarop deze gebruikt moeten worden?
• Zijn de beschermingsmiddelen in voldoende mate afgestemd op de ergonomische eisen en de individuele eigenschappen van de gebruiker?
• Zijn er voldoende gegevens beschikbaar over de ergonomische eisen en de vereisten ten aanzien van de gezondheid van de werknemer, zodat bepaalde beschermingsmiddelen door bepaalde risicogroepen alleen onder medische begeleiding gedragen kunnen worden?
• Is er voldoende informatie over de specifieke eisen van de werkplek waar persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden?
• Op welke wijze worden beschermingsmiddelen gebruikt en wat is hierbij de mening van de betrokken werknemers? Hiervoor is het zinvol onder de gebruikers een onderzoek uit te voeren naar de tevredenheid over de gebruikte beschermingsmiddelen en de motivatie om deze daadwerkelijk te gebruiken.
• Is er een inkoopprocedure voor beschermingsmiddelen en wat zijn de inkoopcriteria?
• Welke eisen gelden er voor de persoonlijke beschermingsmiddelen en is er voldoende deskundige ondersteuning door de fabrikant of leverancier?
• Beschikt de gebruiker over een gebruiksaanwijzing en is doelmatig voorlichting en onderricht gegeven?
• Verstrekt de werkgever de persoonlijke beschermingsmiddelen gratis en kan op doelmatige wijze onderhoud plaatsvinden?
• Zijn er speciale opbergsystemen voor persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar gesteld?
• Oefent de werkgever toezicht uit en is er een sanctiebeleid ten aanzien van het niet dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen?
De maatregelen voortkomend uit de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie dienen in een plan van aanpak te worden vastgelegd.

Persoonlijke beschermingsmiddelen bij gebruik van gevaarlijke stoffen
Als bij gebruik van gevaarlijke stoffen persoonlijke beschermingsmiddelen redelijkerwijs noodzakelijk zijn, dient dit te worden gebaseerd op een schriftelijke argumentatie die bestaat uit een plan van aanpak met onderbouwing door middel van een risicoanalyse waarbij is vastgesteld dat het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk is en niet leidt tot onaanvaardbare  gezondheidseffecten. De nadruk in deze schriftelijke argumentatie moet hierbij liggen op enerzijds het voorkomen van gezondheidsschade door de gevaarlijke stoffen waaraan de blootstelling plaatsvindt, en anderzijds het voorkomen van  gezondheidsschade door gebruik van de beschermingsmiddelen. Deze beoordeling dient door een deskundige te worden
vastgesteld.
Stap 2. De keuze van persoonlijke beschermingsmiddelen
De keuze van persoonlijke beschermingsmiddelen en de wijze waarop men deze moet gebruiken, is afhankelijk van factoren als:
• De ernst van het gevaar;
• De tijdsduur en de frequentie van de blootstelling;
• De kenmerken van de werkplek;
• De omgevingskenmerken (binnen, buiten, klimaatomstandigheden, etc.).
Bij het kiezen van persoonlijke beschermingsmiddelen, afgestemd op de ergonomische en gezondheidseisen voor de werknemer, is de inbreng van de werknemer bijzonder belangrijk. Met name het draagcomfort bepaalt in de praktijk of de gebruiker een persoonlijk beschermingsmiddel ook werkelijk gebruikt. Een belangrijk uitgangspunt is dat de gebruiker inspraak heeft in de keuze van diverse type beschermingsmiddelen. Bij de keuzebepaling dient verder rekening te worden gehouden met de afstemming van verschillende soorten beschermingsmiddelen als deze gelijktijdig gedragen dienen te worden. De beschermingsmiddelen moeten dan goed op elkaar zijn afgestemd, zodat ze afzonderlijk op de juiste wijze gebruikt kunnen worden met behoud van alle beschermzekerheid. Bij de keuze van persoonlijke beschermingsmiddelen dient dus te worden nagegaan:
• De toepassingsmogelijkheden en de kwaliteitseisen van het persoonlijke beschermingsmiddel zelf;
• De gebruiksmogelijkheden en het te bereiken beschermingsniveau van het persoonlijke beschermingsmiddel;
• De doelmatigheid van de persoonlijke beschermingsmiddelen in combinatie met elkaar.

Stap 3. Keuze van persoonlijke beschermingsmiddelen in overleg met werknemers
Het is primair de taak van de werkgever om de wettelijk noodzakelijke vastgestelde persoonlijke beschermingsmiddelen gratis te verstrekken. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen valt of staat echter met de acceptatie van de werknemers. Zij moeten immers ervan overtuigd zijn dat het gebruik van deze middelen in hun belang is en dient ter bescherming van hun veiligheid en  gezondheid. Het is dan ook noodzakelijk dat de werknemers betrokken worden bij de keuze van persoonlijke beschermingsmiddelen. Voor het medezeggenschapsorgaan (OR of personeelsvertegenwoordiging) is dit wettelijk geregeld in de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) via het instemmingsrecht.

Stap 4. Voorlichting, instructie en toezicht op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen
Nadat de keuze van persoonlijke beschermingsmiddelen is bepaald, moet er voorlichting gegeven worden over het gebruik en de toepassing ervan. Goede hulpmiddelen hierbij zijn de schriftelijke Risico-Inventarisatie en -Evaluatie en de informatie van de leverancier (bijvoorbeeld de gebruiksaanwijzing). De gebruiksaanwijzing dient duidelijk en begrijpelijk te zijn en moet nuttige informatie bevatten over gebruik, reiniging, onderhoud, revisie en ontsmetting, mogelijke accessoires, de beschermingsklasse, de betekenis van pictogrammen (bij bijvoorbeeld handschoenen) en de combinatiemogelijkheden met andere beschermingsmiddelen. Vaak kunnen fabrikanten of leveranciers behulpzaam zijn bij het organiseren van voorlichting en instructiebijeenkomsten. Hierbij dient rekening te  worden gehouden met specifieke doelgroepen of risicogroepen. Soms is een uitgebreide training of medische keuring noodzakelijk, zoals bij persluchttoestellen. De leiding van de organisatie dient toezicht uit te oefenen op het juiste gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. De werknemers moeten worden verplicht de verstrekte persoonlijke beschermingsmiddelen daadwerkelijk op de juiste wijze te gebruiken. Het is aan te bevelen het toezicht en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen in de functieomschrijving vast te leggen en in functioneringsgesprekken te bespreken.

Stap 5. Verstrekking, beheer en onderhoud van persoonlijke beschermingsmiddelen
Bij de aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen is het van belang dat de afdeling Inkoop een procedure heeft die aangeeft waaraan de beschermingsmiddelen moeten voldoen. Het uitgangspunt is hierbij dat de persoonlijke beschermingsmiddelen doelmatige bescherming en een bepaalde beschermzekerheid geven. Belangrijke aandachtspunten voor de afdeling Inkoop zijn:
• Voldoen de aan te schaffen beschermingsmiddelen aan de EG-norm (CE-markering)? Worden behalve de prijs ook de kwaliteit en doelmatigheid van het persoonlijke beschermingsmiddel beoordeeld?
• Is bij het beschermingsmiddel een gebruiksaanwijzing met voldoende informatie over gebruik, toepassing, onderhoud, vervanging en dergelijke?
• Biedt de leverancier voldoende deskundigheid en service zoals logistiek, levering, onderhoud en nazorg?

De organisatie dient adequate gegevens over ieder persoonlijk beschermingsmiddel te hebben. Deze gegevens kan men opnemen in een apart persoonlijke beschermingsmiddelen handboek (pbm handboek) of als afzonderlijk onderdeel van het Arbo-handboek. Deze kunnen de volgende gegevens bevatten:
• Gegevens over de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie zoals een overzicht van nietvermijdbare gevaren en de toepassing hierbij van persoonlijke beschermingsmiddelen;
• Informatie over de soorten persoonlijke beschermingsmiddelen en de specifieke kenmerken;
• De toepassingsgebieden van persoonlijke beschermingsmiddelen in relatie tot de afdelingen en activiteiten binnen het bedrijf;
• Het onderhoudsprogramma, normen ten aanzien van vervanging;
• Voorschriften met betrekking tot het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen;
• Registratie van persoonlijke beschermingsmiddelen;
• Overzicht van leveranciers en wijze van levering;
• Verstrekking en bestelprocedures.

Bij bepaalde typen persoonlijke beschermingsmiddelen zoals adembescherming, gehoorbescherming, chemicaliënbestendige kleding en handschoenen is het van belang dat er een register wordt bijgehouden over het gebruik, type bescherming, beschermingsniveau, blootstellingniveau, soort werkzaamheden en de personen die deze middelen gebruiken. Deze registratie is vooral van belang om later te kunnen vaststellen of deze typen beschermingsmiddelen wel doelmatig zijn en voldoende bescherming bieden. Daarnaast is registratie van beschermingsmiddelen op individueel niveau voor verstrekking, beheer en onderhoud van belang voor de organisatie. Verschillende leveranciers bieden specifieke service ten aanzien van registratiesystemen.
Tot slot is het raadzaam om voor het opbergen van persoonlijke beschermingsmiddelen nadere afspraken te maken en de gebruikers opbergsystemen aan te bieden die in de praktijk goed bereikbaar zijn en zo nodig onderhouden kunnen worden.

Stap 6. Evaluatie van de toegepaste persoonlijke beschermingsmiddelen
De doelmatigheid van de persoonlijke beschermingsmiddelen dient regelmatig beoordeeld te worden. Dit kan gebeuren aan de hand van de ervaringen, wijzigingen in het productieproces, wijzigingen in de organisatie of veranderingen in de constructie of het ontwerp van persoonlijke beschermingsmiddelen. Aangezien de toepassing van persoonlijke beschermingsmiddelen de laatste schakel is in de beheersstrategie van gevaren in het arbeidsproces dient deze evaluatiebij voorkeur minstens 1 maal per jaar plaats te vinden. Een goed hulpmiddel bij deze evaluatie is de registratie (pbm-register) op individueel niveau zoals besproken in stap 4. Bij de evaluatie kan ook het periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) betrokken kunnen worden. Daarnaast zou ter ondersteuning van de evaluatie een "tevredenheidsonderzoek" uitgevoerd kunnen worden onder de gebruikers en/of de toepassing kunnen worden  geëvalueerd aan de hand van bijvoorbeeld een taakrisicoanalyse. Verder is het belangrijk dat de organisatie door de leverancier op de hoogte gehouden wordt van de laatste ontwikkelingen en de stand der techniek op het gebied van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Stap 7. Sanctiebeleid
De werknemer is verplicht om de hem beschikbaar gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze te gebruiken en na gebruik te onderhouden en op de daarvoor bestemde plaats op te bergen. (Artikel 11 Arbo-wet, algemene verplichtingen werknemer). De Arbeidsinspectie heeft de mogelijkheid om naast de werkgever, ook de werknemers te beboeten voor bijvoorbeeld het niet dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen. De maximale boete voor de werknemer bedraagt in 2009 _ 225,00 per overtreding. De werkgever heeft onder meer de mogelijkheid om vanuit de arbeidsovereenkomst disciplinaire maatregelen te nemen voor bewust onveilig gedrag zoals het niet gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen door de werknemer. Deze maatregelen kunnen afhankelijk van de ernst van de situatie, onder meer zijn:
• Schriftelijke en/of mondelinge waarschuwing;
• Beboeting;
• Schorsing met of zonder behoud van loon;
• Ontslag.

Stappenplan persoonlijke beschermingsmiddelen
Intersafe kan u meer informatie geven over:
• Wettelijke normen en regelgeving;
• Productnormen en Europese Richtlijnen;
• Beleidsmatige aanpak en risicobeoordeling;
• Stappenplan persoonlijke beschermingsmiddelen;
• Voorlichting, instructie, toolboxmeetings;
• Lezingen, trainingen, cursussen en voordrachten;
• Veiligheidskundige advisering en consultancy;
• Hulpmiddelen zoals checklisten, voorlichtingsmateriaal, etc.

Neem voor meer informatie contact op met uw vaste Customer Service medewerker.
T +31 (0)78 618 14 00
F +31 (0)78 652 46 05
E info@intersafe-groeneveld.nl

Catalogus hoofdstuk 20 Wettelijke regels en normen